nagekomen: Jan Sneep 16 januari 2016 overleden

Hier kun je informatie kwijt over huwelijk, overlijden en andere persoonlijke gebeurtenissen die betrekking hebben op ex-NNG-ers.

nagekomen: Jan Sneep 16 januari 2016 overleden

Berichtdoor webmaster » wo 04 jan 2017, 11:42

Vanmorgen kreeg ik het bericht dat Jan Sneep vorig jaar al op 16 januari is overleden.
Jan Sneep was bestuursambtenaar in Mindiptana in Nederlands Nieuw-Guinea en ging o.a. mee met de befaamde expeditie naar het Sterrengebergte.
Hij was de auteur van het onder NNG-ers heel bekende boek "Einde van het stenen tijdperk"
Je kunt het boek online lezen:
http://rozenbergquarterly.com/jan-sneep-einde-van-het-stenen-tijdperk-bestuursambtenaar-in-het-witte-hart-van-nieuw-guinea/

Op 27 januari 2016 is er door Meindert van der Kaaij naar aanleiding van zijn overlijden een artikel over hem geschreven in Trouw: http://www.trouw.nl/tr/nl/4496/Buitenland/article/detail/4233016/2016/01/27/Op-avontuur-naar-de-laatste-witte-vlek-Nieuw-Guinea.dhtml
Hieronder de tekst zonder de foto's van dit artikel.

Op avontuur naar de laatste witte vlek: Nieuw-Guinea
Meindert van der Kaaij − 27/01/16, 22:06

Jan Sneep behoorde tot de laatste ontdekkingsreizigers. Vlak voor zijn overlijden, nu tien dagen geleden, blikte hij met Trouw terug op zijn avontuur in Nieuw-Guinea.

De moeilijkheid was dat de bewoners van die valleien sinds duizenden jaren weigerden elkaar te leren kennen

Jan Sneep (81) realiseerde zich in 1959 niet dat hij tot de laatste ontdekkingsreizigers ooit zou gaan behoren. Dat jaar ging hij mee met een expeditie naar een plek waar de westerse mens nog nooit een voet had gezet, een witte vlek op de landkaart.

De kaart van wat destijds nog Nederlands Nieuw-Guinea heette, deed het hart van elke ontdekkingsreiziger sneller kloppen. In al die eeuwen dat de Nederlanders die kolonie beheersten, overwonnen zij nooit het binnenland. Dat was te onherbergzaam. Vele expedities liepen voortijdig vast in de jungle. Naar het aantal inwoners moest iedereen gissen.

Een ploeg Fransen onder leiding van avonturier en regisseur Pierre Dominique Gaisseau wilde dat laatste maagdelijk stukje aarde veroveren. Zij maakten een plan om met zestig dragers voor het eerst de oversteek te maken van de zuid- naar de noordkust, dwars over een bergketen van 3500 meter hoog. Een vliegtuig moest zorgen voor bevoorradingen en, als het even kon, voor aanwijzingen hoe de tocht moest worden voortgezet.

Geen contact
"De moeilijkheid was dat de bewoners van die valleien sinds duizenden jaren weigerden elkaar te leren kennen", zo zei Sneep. Zij leefden zonder de geringste ontwikkeling of verandering voort onder de eeuwenoude wetten van taboes. Zelfs de naburige stammen hadden geen enkele behoefte aan contact met elkaar. Sterker nog, zij hadden maar één band en dat was de eeuwigdurende oorlog.

De Fransen waren volgens Sneep van tevoren duidelijk. Zij wilden geen expeditie van wetenschappers vormen. Ze wilden geen planten of bodemmonsters mee terugnemen. Het ging hun om in beelden - foto's en film - vast te leggen hoe mensen en beschavingen duizenden jaren onveranderd waren gebleven. Dat lukte. De film 'Le ciel et la boue' (Tussen hemel en moeras) won in 1961 in Cannes de prijs voor beste documentaire.

De filmers wilden laten zien hoe de Europese voorouders zevenduizend jaar geleden leefden. Zij kenden geen ijzer, geen wiel en ook het schrift was hen onbekend. In de film is de aanwezigheid van Jan Sneep, die toen nog een kop met blond haar had, niet te missen.

We hadden 450 kilo bij ons aan camera's, films, tenten en andere dingen

Sneep kreeg een belangrijke rol in de expeditie doordat hij bestuursambtenaar was in Mindiptana, een dorpje in de Sibilvallei. Hij sprak Maleis, maar kende bijvoorbeeld ook vierhonderd worden Sibils. Hij legde makkelijk contact met stammen uit het berggebied. Begin 1959 was hij ook meegeweest met de laatste Nederlandse expeditie: die naar het Sterrengebergte, eveneens nog onbekend gebied. Het gouvernement vond Sneep de beste kandidaat om met die Franse avonturiers mee te sturen.

Koppensnellers
De Fransen begonnen hun reis aan de zuidkust, bij de Asmat, de stammen die we kennen als koppensnellers. Daar voeren zij de rivier op naar Kepi, de plaats waar Sneep zich bij de groep voegde. "Na acht dagen varen door ondiep water moest het over land verder. De schroeven van de buitenboordmotor waren helemaal rond weggesleten. Toen hebben we de dragers bepakt en zijn we gaan lopen. We hadden 450 kilo bij ons aan camera's, films, tenten en andere dingen.

"Dat was het echte begin. Al snel werd het steeds moeilijker om vooruit te komen. We moesten ons met hakmes een weg door de jungle banen. Er waren veel bergkloven. Telkens moesten we bruggen maken met bomen die we omhakten. Dat gaf een enorm oponthoud.

"Langzaam kwamen ook verschrikkingen zoals de wolken vette vliegen die aan het lijf plakten. Je moet ze niet willen wegslaan, want je komt onder de smurrie te zitten." De mannen werden geteisterd door wespen en gele mieren.

"We belandden in nieuwe valleitjes en zagen opeens een groepje Papoea's die ons met grote schrik aankeken. Zij waren afwachtend, nooit vijandig. We staken onze lege handen omhoog ten teken dat we geen slechte dingen van plan waren.

Messen en bijlen
"Er waren trouwens nooit vrouwen bij. Zij waren als de dood dat we aan hun vrouwen en varkens zouden komen. We kochten wel eens een varken en betaalden dan met messen en ijzeren bijlen. De dragers hadden 's avonds hele verhalen over wat was voorgevallen onderweg. Een keer was een drager van een rots gevallen, maar op het laatste moment gered door een voorman die hem uit het water kon trekken. Maar daarbij was de peniskoker van de drager vol water gelopen en die stond daardoor op half zeven. Daar bleven ze over vertellen en elke keer liepen ze blauw aan van het lachen."

De dragers merkten voor het eerst dat spieren stijf konden worden van de kou

Na een maand was iedereen wel uitgelachen. Het werd een barre tocht, die uiteindelijk drie dragers het leven zou kosten. Sneep herinnerde zich dat zij op een keer op een kale rotswand stuitten en die was zo moeilijk te nemen dat de duisternis al inviel terwijl zij nog niet boven waren. Er restte niets anders dan op de richels te wachten op de volgende morgen. Half staand en zittend moesten zij vechten tegen de slaap.

Gaandeweg werden de kou en regen erger. Ter vergelijking: in dat gebied valt jaarlijks gemiddeld 8000 millimeter, in Nederland 800. Bovenop de hellingen was het rond het vriespunt. De dragers werden zo koud dat zij onderweg vuurtjes stookten om zich te warmen. "Het was moeilijk om die jongens aan de gang te houden. De dragers merkten voor het eerst dat spieren stijf konden worden van de kou."

Prinses Marijke Rivier
Na het passeren van de top werd het iets beter voor de expeditie. Op een beschutte plaats kon een bivak worden opgezet. "Een paar dagen later ontdekten we de bron van een riviertje waarvan we hoopten dat die ons naar de kust zou brengen. Omdat prins Bernhard beschermheer van onze expeditie was, hebben we als dank die rivier de prinses Marijke Rivier genoemd. We namen een flesje waarin kininepillen hadden gezeten en stopten daarin twee vlaggetjes, de Nederlandse en de Franse, plus een oorkonde."

De afdaling verliep allesbehalve voorspoedig. De vermoeidheid speelde iedereen parten. "De cameraman en de fotograaf waren het zo zat dat ze linksaf wilden slaan, dat was een kortere route naar de bewoonde wereld. Ik heb ze belazerd. Ik heb ze een kaart laten zien met volop witte plekken en heb ze een verhaal op de mouw gespeld. Uiteindelijk zijn we rechtdoor gegaan. Tot grote dankbaarheid van Gaisseau, de leider."

De expeditieleden hadden soms het gevoel in cirkels te lopen, telkens op dezelfde plaats terug te komen. De Marijke Rivier heeft zoveel zijarmen en bochten dat oriënteren soms onmogelijk was. Gelukkig meldde de piloot vanuit het bevoorradingsvliegtuig De Kroonduif aan Sneep dat de expeditie op de goede weg was naar de rivier Idenburg. Die rivier was goed bevaarbaar en vormde de ontsluiting naar de noordkust, het einddoel.

Het is gek om te moeten constateren dat Indonesiërs neo-kolonialen zijn

Totaal uitgeput
"We hebben een paar weken besteed aan de bouw van vlotten die een eind moesten maken aan de slopende gang door het oerwoud. Maar het eerste vlot ging er vandoor op de sterke stroming van de rivier en verdween in de draaikolken verderop. We kwamen erachter dat de rivier niet bevaarbaar was. Even verderop bleek dat mijn kompas het spoor bijster was, nadat ik hem in het water had laten vallen."

Eind februari kreeg Sneep koorts. Tegen de raadgevingen van de Fransen in liep hij door. "Af en toe moest ik wel uitrusten. Door de koorts bonkte het bij elke stap in mijn hoofd. Mijn gezicht werd steeds geler zodat duidelijk werd dat ik geelzucht had. Via de radio sprak ik met een arts die zei: zo snel mogelijk naar de bewoonde wereld, omdat de gevolgen van verwaarloosde geelzucht ernstig kunnen zijn."

Totaal uitgeput bereikte de expeditie de oevers van de rivier Idenburg. "Die laatste nacht viel een onvoorstelbare regenbui. Het hele kamp spoelde weg, alle bezittingen dreven in het water. De rivier trad buiten haar oevers en werd een wilde massa. We wachtten op het watervliegtuig dat mij naar Hollandia moest vervoeren, maar hoe moest het watervliegtuig hier landen en opstijgen?

Gezwollen rivier
"Dat toestel moest uiteindelijk opstijgen op een gezwollen rivier waar veel boomstammen in dreven. Die moest je niet raken, dan crashte je. Hoe die piloot dat heeft gefikst, tegen de stroom in en tussen de stammen door manoeuvrerend, onbegrijpelijk. Ik stond doodangsten uit."

Nadat Sneep was hersteld van de geelzucht greep hij de mogelijkheid aan om in Nederland te studeren. Het speet hem om te zien hoe het nu ging met Papoea, zoals het nu heet. Het volk wordt onderdrukt door de Indonesische regering en de opbrengsten van de delfstoffen gaan naar Jakarta. "Indonesiërs hebben niet het beste voor met Papoea's. Ik sprak eens met iemand en die zei: ze zijn vies, stom en moeten gedood worden."

"Het is gek om te moeten constateren dat Indonesiërs neo-kolonialen zijn. Helemaal uit de mond van iemand uit een land dat die gebieden eeuwenlang onder de knoet heeft gehad. Maar vanaf 1950, na de onafhankelijkheid van Indonesië, was het perspectief in Nieuw-Guinea opeens totaal anders. We waren meer bezig met opbouw dan met exploitatie."

Jan Sneep keerde nooit meer terug, uit angst dat een weerzien met de Papoea's hem verdrietig zou maken. Hij overleed 16 januari 2016 in Voorschoten.
Geniet van je herinneringen. Zoals het toen was wordt het nooit meer.
Avatar gebruiker
webmaster
Beheerder
 
Berichten: 1151
Geregistreerd: di 05 feb 2008, 08:00

Keer terug naar Lief en leed

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron